december 2016

maandag 11 oktober 1999

Zuid-Holland minste verkeersslachtoffers per inwoner

Om doelstellingen en beleidskeuzen te onderbouwen kunnen gemeenten de verkeersveiligheidsgegevens van hun beheergebied analyseren. Daarbij is het wel belangrijk om te weten hoe het zit met de kwaliteit van de gegevens. Aangezien iedere gemeente een deel van Nederland is, zal het beeld dat uit een dergelijke analyse naar voren komt vaak vergelijkbaar zijn met dat van Nederland als geheel. Voor een eerste oriëntatie kunnen gemeenten dus ook naar de belangrijkste verkeersveiligheidsproblemen van Nederland kijken. Wat zijn de grootste slachtoffergroepen onder doden en ernstig gewonden in het verkeer en wat de belangrijkste risicogroepen?

Maar natuurlijk zijn er ook verschillen tussen gebieden in de mate van verkeersveiligheid en in specifieke veiligheidsproblemen. Voor een eerste indruk, zetten we hier op een rij hoeveel verkeersdoden er in verschillende gemeenten vallen. Om gemeenten daarbij goed te kunnen vergelijken, corrigeren we voor verschillende groottematen: inwoneraantal en wegennet. Bij dat laatste kijken we bovendien alleen naar de verkeersdoden op gemeentelijke wegen. Ook nemen we de verschillen in verkeersveiligheid tussen provincies onder de loep.

Grootste slachtoffergroepen naar vervoerswijze, leeftijd en snelheidslimiet

Wat in landelijk gezien de grootste groepen zijn onder de verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden zijn in veel gevallen ook grote groepen in provincies of gemeenten, afhankelijk van hun specifieke kenmerken. Kennis van het Nederlandse beeld kan dus ook gebruikt worden voor verkeersveiligheidsbeleid op regionaal en lokaal niveau.

Auto-inzittenden en fietsers grootste groep ernstige verkeersslachtoffers naar vervoerswijze

De grootste groepen verkeersdoden naar vervoerswijze zijn (zie Afbeelding 1):
  1. Inzittenden van auto’s en bestelauto’s (ca. 40%) 
  2. Fietsers (ca. 30%) 
  3. Gemotoriseerde tweewielers (motoren en bromfietsers; samen ca. 15%) 
  4. Voetgangers (ca. 10%)
Afbeelding 1: Verdeling van het werkelijk aantal verkeersdoden naar vervoerswijze  (2005-2014; CBS & IenM).

De grootste groepen ernstig verkeersgewonden zijn (Afbeelding 2):
  1. Fietsers (> 50%)
  2. Gemotoriseerde tweewielers (motor en bromfiets; samen ca. 20%) 
  3. Inzittenden van auto’s en bestelauto’s (ca. 15%)
  4. Voetgangers (ca. 5%).

Afbeelding 2: Verdeling van het werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden  naar vervoerswijze (2005-2009; IenM, DHD & SWOV).

Jongeren en ouderen grootste groep ernstige verkeersslachtoffers naar leeftijd

De grootste leeftijdsgroepen onder verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden zijn vooral adolescenten, jonge bestuurders en bij doden ook de oudere verkeersdeelnemers. Met name deze laatste groep is aan het toenemen, onder meer door de vergrijzing van de samenleving. Ouderen treffen we meer aan onder verkeersdoden dan onder gewonden omdat dit een kwetsbare groep betreft die sneller aan de gevolgen van een verkeersongeval overlijden dan jongere verkeersdeelnemers.


Afbeelding 3: Gemiddeld werkelijk aantal verkeersdoden per jaar en per leeftijdsjaar, gegroepeerd in diverse leeftijdsgroepen (2005-2014; CBS & IenM) Let op: de aantallen slachtoffers per getoonde leeftijdsgroep zijn wel gecorrigeerd voor het aantal leeftijdsjaren daarbinnen, maar niet voor de populatie per leeftijdsgroep (demografische opbouw).



Afbeelding 4: Gemiddeld werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden per jaar en per leeftijdsjaar, gegroepeerd in diverse leeftijdsgroepen. (2005-2009 CBS & IenM)  Let op: de aantallen slachtoffers per getoonde leeftijdsgroep zijn wel gecorrigeerd voor het aantal leeftijdsjaren daarbinnen, maar niet voor de populatie per leeftijdsgroep (demografische opbouw).

Meeste ernstige verkeersslachtoffers op wegen met een limiet van 50 km/uur en 80 km/uur 

De meeste verkeersdoden worden geregistreerd op 50 km/uur en 80 km/uur wegen (zie afbeelding 5). De meeste van de 50 km/uur-wegen zijn in beheer bij gemeenten, net als een groot deel van de 80 km/uur-wegen. Gemeentelijke inspanningen zijn dan ook belangrijk voor verbetering van de verkeersveiligheid.


Afbeelding 5: Geregistreerd aantal verkeersdoden naar snelheidslimiet van de weg (2006-2015CBS & IenM)  Let op; de gegevens zijn niet gecorrigeerd voor weglengte en verkeersintensiteit

Belangrijke risicofactoren in het verkeer

‘Risico’ kan op verschillende manieren worden opgevat, maar is hier bedoeld als maat voor gevaarverhogende factoren in het verkeer. Gegevens over risico’s kunnen worden verkregen door het aantal ongevallen met de betreffende groep of factor te delen door de hoeveelheid verkeer: de afgelegde afstand. Een risicogroep of risicofactor is dan een groep of factor die relatief veel bij ongevallen betrokken is, dat wil zeggen: een groep die een hoog risico heeft of een factor die het risico verhoogt.

Risicogroepen: jongeren, ouderen, (gemotoriseerde) tweewielers

Belangrijke risicogroepen zijn jongeren (zie adolescenten, jonge bestuurders), ouderen (zie Afbeelding 6), mensen met bepaalde ziekten en gebreken, tweewielers (naast fietsers met name gemotoriseerde tweewielers zoals bromfietsen en motoren) en voetgangers (zie Afbeelding 7). Het verhoogde risico wordt bij de meeste van deze groepen voor een deel veroorzaakt door een relatief hoge kwetsbaarheid. Andere factoren zijn: ‘wilde haren’ en gebrek aan ervaring bij jongeren, functiebeperkingen bij ouderen en de (in)stabiliteit van het evenwichtsvoertuig bij tweewielers. Ziekten en gebreken die – mede door de vergrijzing – de verkeersveiligheid in toenemende mate beïnvloeden, zijn visuele beperkingen, verminderd gehoor, hart- en vaatziekten en neurologische aandoeningen.





Afbeeldingen 6a en 6b: Werkelijk aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden
per leeftijdsgroep per miljard km. (
2005-2009; CBS, IenM, DHD en SWOV).








Afbeeldingen 7a en 7b: Werkelijk aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden per vervoerswijze naar afgelegde afstand (2005-2009; CBS, IenM, DHD en SWOV).

Risicogedrag: psychoactieve stoffen, snelheid, vermoeidheid en afleiding

Relevante risicogedragingen zijn vermoeidheid (10%-15% van de ernstige ongevallen), gebruik van alcohol (20% van de verkeersdoden), drugs en medicijnen, snelheid (30% van de dodelijke ongevallen), afleiding (5%-25% van de auto-ongevallen), onveilig volggedrag, emoties en agressie.

Risicosituaties: regen, gladheid en verminderd zicht

Slecht weer kan gezien worden als een risicoverhogende factor, Het risico wordt verhoogd door verminderde grip op de weg (bij neerslag en gladheid, of door verminderd zicht (bij neerslag, mist en fel licht). Naast het risico, beïnvloedt het weer ook de mobiliteit. Bij slecht weer wordt er bijvoorbeeld minder gefietst of motor gereden.

Wat kan een gemeente hieraan doen?

Er is een keur aan maatregelen die eraan kunnen bijdragen dat het verkeer voor de genoemde slachtoffer- en risicogroepen veiliger wordt. Voor gemeenten zijn een aantal belangrijke verkeersveiligheidsmaatregelen daarom op een rijtje gezet in de wegwijzer veilige mobiliteit.


Veiligste en onveiligste gemeenten en regio’s in Nederland

De verkeersveiligheid van gemeenten met elkaar vergelijken zou niet eerlijk zijn als alleen naar het aantal verkeersdoden wordt gekeken zonder te corrigeren voor de verschillen in gemeentegrootte of in de hoeveelheid verkeer. In Afbeelding 8 is daarom het aantal geregistreerde doden voor alle gemeenten in Nederland gedeeld door hun inwoneraanta (mortaliteit)l. Daaruit blijken de onveiligste gemeenten in de meer landelijke regio’s te liggen en de veiligste gemeenten meer in de randstad.

Als we echter alle verkeersdoden samen nemen die in een gemeente zijn gevallen, dan bevat dit ook doden die op wegen zijn gevallen die niet in gemeentelijk beheer zijn. Een rijksweg of provinciale weg loopt immers ook altijd over het grondgebied van gemeenten. Daarom is in Afbeelding 9 alleen het aantal geregistreerde doden op het gemeentelijk wegennet genomen en is gedeeld door de lengte van dat wegennet naar gemeente. Zo wordt het aantal doden per weglengte verkregen, een slachtofferdichtheid. Daaruit komt een heel ander beeld naar voren: nu zijn het juist de grotere steden die per weglengte meer doden hebben op het gemeentelijk wegennet, terwijl de meer landelijke gemeenten veiliger scoren. Overigens is op deze manier nog niet gecorrigeerd voor verschillen in drukte op die gemeentelijke wegen. Hierover zijn echter momenteel geen betrouwbare gegevens voorhanden.

Verkeersdoden naar inwoners: gemeenten op het platteland zijn onveiliger



Afbeelding 8: Mortaliteit: geregistreerd aantal verkeersdoden per 10.000 inwoners (gemiddelde 2006-2015) naar gemeenten (indeling 2016).

De top 10 van veiligste gemeenten (doden naar inwoneraantal gemiddeld 2006-2015) is:


Ameland
0,00
Blaricum
0,00
Doesburg
0,00
Haarlemmerliede ca
0,00
Albrandswaard
0,05
Maassluis
0,06
Krimpen aan den IJssel
0,07
Huizen
0,07
Purmerend
0,08
Oud-Beijerland
0,08


De top 10 van onveiligste gemeenten (doden naar inwoneraantal gemiddeld 2006-2015) is:

De Marne
1,25
Westerveld
1,25
Bergen LB
1,27
Asten
1,28
Renswoude
1,31
Littenseradiel
1,47
Beemster
1,64
Staphorst
1,68
Alphen-Chaam
1,78
Baarle-Nassau
1,80

Verkeersdoden op het gemeentelijk wegennet: stedelijke gemeenten onveiliger


Afbeelding 9: Geregistreerd aantal verkeersdoden op het gemeentelijk wegennet per km weglengte
(gemiddelde 2006-2015) per gemeenten (indeling 2016).
In de volgende 12 gemeenten is in de periode 2006-2015 geen enkele verkeersdode geregistreerd op het gemeentelijk wegennet:


Ameland
Blaricum
Doesburg
Haarlemmerliede ca
Laren
Bedum
Leeuwarderadeel
Sint Anthonis
Brielle
Giessenlanden
Strijen
Waterland


De top 9 van onveiligste gemeentelijke wegen (geregistreerde doden per 100 km weglengte gemiddeld 2006-2015) is:


Vlaardingen
0,69
Baarle-Nassau
0,71
Bloemendaal
0,76
Opmeer
0,76
's-Gravenhage
0,76
Amsterdam
0,78
Renswoude
0,84
Drechterland
0,91
Hardinxveld-Giessendam
0,95

Stedelijke gebieden hebben minste verkeersdoden per inwoner

Sterk tot zeer sterk stedelijke gebieden hebben per inwoneraantal gemiddeld genomen het kleinste aantal geregistreerde verkeersdoden per inwoner. De niet-stedelijke gebieden hebben de meeste geregistreerde verkeersdoden per inwoner (zei Afbeelding 10).




Afbeelding 10: Mortaliteit: geregistreerd aantal verkeersdoden per 10.000 inwoners
(gemiddelde 2006-2015) naar 
stedelijkheidsgraad (IenM & CBS)

Drenthe heeft de meeste ernstige verkeersslachtoffers per inwoner, Zuid-Holland de minste

In Afbeelding 11 is de mortaliteit (het aantal doden per inwoner) afgezet voor de 12 provincies in Nederland. Daarin is te zien dat per inwoner, Drenthe en Zeeland de hoogste mortaliteit hebben en Zuid-Holland de minste. In Afbeelding 12 is ook het aantal ernstig verkeersgewonden per inwoner (de morbiditeit) te zien voor alle provincies. Drenthe blijkt ook hier de meeste slachtoffers per inwoner te hebben. Zuid-Holland en Groningen hebben de minste ernstig verkeersgewonden per inwoner.



Afbeelding 11: Mortaliteit: werkelijk aantal verkeersdoden naar inwoneraantal per provincie
(gemiddelde 2006-2015).





Afbeelding 12: Morbiditeit: werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden naar inwoneraantal per provincie
(gemiddelde 2005-2009).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen